Hoe Verknoei ik Champagne en Mousserende Wijnen: Bubbelkillers op de Loer

Hoe Verknoei ik Champagne en Mousserende Wijnen: Bubbelkillers op de Loer

Champagne, Prosecco, Cava en andere sprankelende wijnen hebben allemaal een andere ideale serveertemperatuur. Bestseller wijnauteur Van der Auwera legt uit waarom.

Misschien wel de zwaarste sluipmoorden tegen wijn worden gemaakt versus belletjeswijnen. Zelfs in zogezegd professionele kringen dwingen we de flessen soms tot een té lang verblijf in de koelkast, of wordt thuis een vlugge koeling geforceerd in de diepvrieskast. Ook de snelste manier om de essentie van dit wijntype te vernielen, namelijk de CO2-bubbels en mousse.

 

Laten we meteen de vinger op de wonde leggen: de diepvriezer is niet ‘cool’, maar taboe voor alle gaafgemaakte bubbels. Of het nu om een eenvoudige mousseux gaat zonder veel terroirtoetsen, of een meer geraffineerde champagne millesimé die tot tien keer zoveel kost: het blijft een doodzonde wanneer de fles in het diepvriesvak wordt geparkeerd, soms zelfs wekenlang. En helaas gebeurt het nog frequent in onze horeca én privé.

 

Natuurlijk is niet elke bubbel van eenzelfde kwaliteitsniveau. In onze rekken ontdekken we naast champagne, crémant (regionaal geïnspireerde bubbels uit de Elzas, Bourgogne en andere delen van Frankrijk), ook steeds vaker Spaanse cava, Duitse/Centraal-Europese sekt, sparkling wines uit de niet-Europese wijnlanden (Australië, Chili, Argentinië,…), spumante, franciacorta en prosecco uit Italië, of de traditionele Kaapse vonkelwyn. De keuze wordt almaar groter.

De ideale serveertemperaturen van Champagne
Bron: QelviQ temperatuur database 2018

Koel of cool?

Binnen deze basiscategorieën bestaan er tegenwoordig echter nog grote kwaliteitsverschillen die ook andere serveertemperaturen vereisen.

 

Zo behoren zeker 90% van alle geproduceerde én verbruikte bubbels wereldwijd tot de jaartalloze ‘Bruts’. Dus laag gedoseerde cuvées, meestal de output van een meesterlijke blend met tientallen componenten, om zo jaar in jaar uit een identiek geur- en smaakprofiel te verkrijgen. Zeg maar: een ‘merkidentiteit’.

 

Cuvées die zonder pardon jeugdig gedronken worden, dus binnen twee jaar na hun aankoop. Stockeren van mousserende wijn kan uiteraard, maar blijkt meestal disfunctioneel omdat dan de originele vitaliteit en spirit verdwijnt die we nu net zoeken in dit type product. Dit soort bubbels drinken we ook liever kouder dan de complexere of oudere cuvées.

 

Een vuistregel luidt, zeker voor kwaliteitswijnen die via de méthode traditionelle à la champagne zijn geproduceerd met de tweede gisting op fles: hoe hoger de kwaliteit, hoe hoger de serveertemperatuur.

 

Een simpele pétillant of een cava die de wettelijke minimumnormen van 9 maanden ‘sur lattes’ in de kelder heeft, schenken we liefst rond 6°C à 8°C, terwijl een meer gestructureerde brut zich pas in het glas zal tonen vanaf 8°C à 10°C. Bubbels met een reservestatus na jaren vatlagering of prestigecuvées, streng geselecteerd qua druivenmateriaal en rendementen plus bovendien met soms zelfs tot 2 à 3 jaar trage kelderrijping op fles in de koele (krijt)kelders van het wijnhuis, zullen hun finesse zelfs pas vrijgeven bij een serveertemperatuur die probleemloos klimt naar de ideale ‘kelderbewaartemperatuur’. En met ideaal mikken we dan op pakweg 10°C à 12°C.

 

Geen eenheidsworst

Uiteraard spelen daarbij nog andere variabelen een rol, waaronder het dominante druivenras waaruit de mousserende wijn werd opgebouwd. Meer delicate, naar finesse neigende blanc de blancs (dus: 100% ‘witte’ druiven) vereisen in regel een andere – meestal koelere –  schenktemperatuur dan bubbels die een veel hogere dosis pinot noir of andere blauwe variëteiten bevatten. Dat kan makkelijk enkele graden schelen.

 

Vreemd is wel dat de meeste Maisons de Champagne of sterwijnhuizen uit Europa en de zogeheten Nieuwe Wereld, zelden of nooit onderscheid maken tussen hun diverse mousserende producten. Wanneer ze al advies formuleren op het label, geven ze doorgaans een quasi-uniforme schenktip die voor heel hun assortiment geldt. Een onderscheid tussen bijvoorbeeld ‘une année de soleil’ –zonrijke jaren met vroegrijpend en meestal rijker fruit – of een lastig; want klimatologisch grillig, oogstjaar, kunnen we zelden op hun labels ontdekken. 

 

Ook in de bubbeleconomie is er dus nog dringend ruimte voor meer accurate adviezen om de mousserende wijn ‘ideaal’ in de flûte of het tulpglas te krijgen.

Want niets smaakt zo afschuwelijk en saai als een belletjeswijn waaruit de ziel (de C02) verdwenen is wegens een foute serveerpraktijk.